Inleiding
Bij de Perspectiefnota 2024-2027 zijn de volgende zoekrichtingen vastgesteld waarbinnen besparingsmogelijkheden
worden uitgewerkt. Het gaat hierbij om de volgende zoekrichtingen:
- Sociaal domein
- Welzijn en preventie
- Inkomstenverhogende maatregelen
Overige zoekrichtingen
- Onderhoud en beheer openbare ruimte
- Versoberen cultureel en recreatief aanbod, inclusief sport
- Versoberen (publieke) dienstverlening
- Bijdrage aan verbonden partijen
- Onderwijshuisvesting
Bij de Perspectiefnota 2025-2028 zijn voor de eerste drie zoekrichtingen besparingsmaatregelen uitgewerkt en verwerkt in het financieel meerjarenperspectief 2025-2028. De maatregelen voor het sociaal domein waren in de Perspectiefnota 2025-2028 op hoofdlijnen beschreven. Deze maatregelen wordt in dit hoofdstuk verder uitgewerkt op beoogd resultaat en maatschappelijk effect.
Voor de overige zoekrichtingen is bij de Perspectiefnota 2025-2028 besloten om drie onderdelen nader uit te werken: Onderhoud en beheer wegen, openbaar groen en de bijdrage verbonden partijen. De raad wordt voorgesteld om deze drie onderdelen in de bredere context van de openbare ruimte te plaatsen. Dit zal nader worden uitgewerkt richting de Perspectiefnota 2026-2029, als onderdeel van de aanvullende besparingsopgave van 15 miljoen euro.
Bij de Perspectiefnota 2025-2028 is een structureel aanvullend besparingsbedrag opgenomen van 1,93 miljoen euro zodat de jaarschijf 2025 structureel sluitend is. Hiervan is 0,6 miljoen euro ingevuld door structurele autonome en bestaande beleidsontwikkelingen welke in het geactualiseerde FMP 2025-2028 zijn verwerkt. De invulling van het resterende besparingsbedrag van 1,33 miljoen euro wordt in dit hoofdstuk verder uitgewerkt.
Monitoring op de effecten bij het doorvoeren van de besparingsmaatregelen is essentieel voor een goede sturing. Dit vergt een goede inrichting van de bedrijfsvoering. De bedrijfsvoering wordt toegelicht in paragraaf 5.5 bedrijfsvoering. Daarnaast zal vanaf de begroting 2026 een aparte paragraaf worden opgenomen met de status en voortgang van alle besparingsmaatregelen.
Sociaal Domein
Bij de behandeling van de Perspectiefnota 2025-2028 is besloten om bij de uitwerking van het besparingspotentieel in het sociaal domein vast te houden aan de inhoudelijke lijn van het Strategisch beleidsplan en het Actieplan sociaal domein. Er is daarmee, naast het besparingspotentieel dat kan worden gerealiseerd door het verbeteren van efficiëntie en effectiviteit van onze maatwerkvoorzieningen en uitvoeringsorganisatie, gekozen voor scenario 3: een fundamentele herziening van de inrichting van het sociaal domein in Almelo. Met een keuze voor dit scenario blijven de fundamenten van de ambitie in het sociaal domein overeind. Dat wil zeggen een duurzaam, kwalitatief hoogwaardig stelsel van voorzieningen, hetzij in andere vormen dan nu gebruikelijk met een focus op kwetsbare doelgroepen. Hierbij wordt ingezet op normaliseren, de primaire verantwoordelijkheid van ouders voor hun kinderen en het verminderen van het beroep op de overheid. Op deze manier wil Almelo een stabiele en betrouwbare gemeente en partner zijn, die verantwoord omgaat met de middelen die ze tot haar beschikking heeft.
Zoals geschetst in de Perspectiefnota, heeft de opdracht ten aanzien van besparingsmogelijkheden in het sociaal domein zich nadrukkelijk gericht op mogelijkheden die vanaf 2026 kunnen worden verzilverd. Uiteraard is gekeken naar mogelijkheden om maatregelen toch al (deels) in 2025 te verzilveren, gezien de constatering dat er al in 2025 een tekort ontstaat. Dit tekort is (groten)deels terug te voeren op ontwikkelingen in het sociaal domein, waarbij de indexatie van de tarieven voor de voorzieningen in het kader van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning wederom hoger is dan de indexatie van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Naast het achterblijven van deze indexatie worden we geconfronteerd met de financiële impact van de regionale inkoop 2025 voor de voorzieningen in het kader van de Jeugdwet en een, bij ongewijzigd beleid, verwachte volumestijging van 1% van de voorzieningen in het kader van de Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning.
Wanneer we op hoofdlijnen kijken naar de variabelen om te sturen op de uitgaven in het sociaal domein, zijn met name tarieven, aantallen cliënten en intensiteit (zwaarte voorziening, frequentie en duur) van belang. In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat de mogelijkheden om (bij de inkoop) op tarieven van aanbieders te sturen voor gemeenten beperkt zijn. Dit komt door het Besluit reële prijs dat door het Rijk is vastgesteld. De mogelijkheden om te kunnen sturen op de uitgaven in het sociaal domein zijn dan ook:
- beperken van het aantal inwoners dat een beroep doet op geïndiceerde voorzieningen en uitkeringen;
- beperken van de intensiteit van de verstrekte voorzieningen (zowel de zwaarte van de voorziening als het aantal uren of dagdelen per voorziening en de duur van het gebruik van de voorziening).
Ad 1 Het beperken van het aantal inwoners dat een beroep doet op geïndiceerde voorzieningen en uitkeringen is mogelijk door onder andere:
- het uitbouwen van algemene voorzieningen om een noodzakelijk basisniveau van ondersteuning te realiseren;
- de reikwijdte van het aanbod aan geïndiceerde voorzieningen te beperken (denk aan implementeren Hervormingsagenda waarbij de reikwijdte van de Jeugdwet zal worden beperkt en het verstrekken van maximaal één vervoersvoorziening -of collectief vervoer of een vervoermiddel- per inwoner);
- het meer als algemeen gebruikelijk aanmerken van voorzieningen;
- het gebruik van voorliggende voorzieningen optimaal benutten.
Ad 2 Het beperken van de intensiteit van de verstrekte voorzieningen kan onder andere gerealiseerd worden door:
- het opstellen van en werken conform normenkaders en deze verwerken in lokale regelgeving (verordeningen en beleidsregels);
- het strakker sturen op tijdig afschalen van ondersteuning, omdat de inzet van voorzieningen in principe tijdelijk van aard is (bij aanbieders door strakke regie op de contracten en bij inwoners door systeem van herbeoordelingen beter in te richten);
- medewerkers meer inzicht te bieden in gemiddelde indicatiestelling bij soortgelijke problematiek alsmede verhogen kostenbewustzijn.
Daarmee gaan deze sturingsmogelijkheden automatisch ook over de belangrijkste lijnen uit het strategisch beleid en actieplan beleid sociaal domein: (de opbrengsten van) preventie en algemene en voorliggende voorzieningen (om aantallen en intensiteit te beperken) en de effectiviteit (helpt de inzet om het gewenste doel te bereiken?) en de efficiëntie (doen we het op de meest optimale manier met het beste gebruik van middelen?) van maatwerkvoorzieningen en onze uitvoeringsorganisatie.
Langs bovenstaande lijnen zijn afgelopen periode de besparingsmogelijkheden uitgewerkt. Zoals gesteld in de Perspectiefnota, geldt dat voor het realiseren van deze maatregelen de basis op orde moet zijn: de uitvoeringsorganisatie, de bedrijfsvoering en de bedrijfsprocessen. Hiervoor gebruiken wij de aanbevelingen uit het HHM rapport “Evaluatie sociaal domein”. Het besparingspotentieel zal in 2025 vanwege het op orde brengen van de basis nog beperkt zijn. Hieronder worden, zoals toegezegd bij de behandeling van de Perspectiefnota, allereerst de maatregelen beschreven die al vanaf 2025 financieel effect hebben. In een tweede tabel worden de maatregelen beschreven die vanaf 2026 leiden tot een besparing.
Tabel maatregelen met financieel effect in 2025 en verder
Maatregel | Financieel effect | |||||
---|---|---|---|---|---|---|
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | |||
1 | OZL (individuele begeleiding) aanbieden in een algemene voorziening binnen centrale punten in de wijk, individueel en collectief | 0,1 | 2,0 | 2,0 | 2,0 | |
Beoogd resultaat | Beperken beroep op maatwerkvoorziening met 60 tot 80%. | |||||
Maatschappelijk effect | Inwoners die nu gewend zijn dat een begeleider thuis komt op vooraf afgesproken tijden, gaan begeleiding ontvangen op een centraal punt in de wijk. Een punt van aandacht is het niet vragen van ondersteuning waar hulp wellicht wel nodig is. | |||||
2 | Inzetten steunouders | 0,1 | 0,2 | 0,2 | 0,2 | |
Beoogd resultaat | Beperken beroep op geïndiceerde jeugdhulp, met name OZL (individuele begeleiding) en ontlasten van gezinnen om zwaardere vormen van hulp en ondersteuning te vermijden. | |||||
Maatschappelijk effect | Versterken zelfoplossend vermogen door laagdrempelige ondersteuning door andere ouders (waardoor een bijdrage wordt geleverd aan normaliseren). Geen negatieve effecten verwacht, omdat hiermee een extra laagdrempelig ondersteuningsaanbod wordt gecreëerd. | |||||
3 | Toegang kaders meegeven voor (maximum) inzet maatwerkvoorziening | 0,4 | 0,8 | 1,6 | 1,6 | |
Beoogd resultaat | Meer specifiek gaat het om het invoeren van normenkaders voor de maatwerkvoorziening OZL (individuele begeleiding) in het kader van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning voor zo ver deze ondersteuning niet geleverd kan worden binnen de algemene voorziening. We beperken de duur van de inzet, het aantal uren per periode en normeren de activiteiten waarvoor ondersteuning wordt ingezet. Stapsgewijs leidt dit tot een beperking van de inzet met 10 tot 20%. | |||||
Maatschappelijk effect | Hiermee wordt de beoordeling door medewerkers van de inzet van voorzieningen geüniformeerd. We constateren dat er op dit moment sprake is van verschillen in de gemiddelde intensiteit van de indicaties tussen de wijkteams. Minder inzet van voorzieningen kan bij inwoners leiden tot onvrede over de geboden ondersteuning. Risico is een toename aan bezwaarschriften door strakker te indiceren. | |||||
4 | Afschalen in zorgzwaarte | 0,4 | 0,8 | 1,5 | 1,5 | |
Beoogd resultaat | Beperken intensiteit inzet van voorzieningen door strakker te sturen op eerder afschalen van ondersteuning waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen ondersteuning gericht op ontwikkeling (naar meer zelfredzaamheid) en ondersteuning gericht op stabiliseren van de situatie. Specifiek ten aanzien van behandeling (Jeugdwet) wordt vaker gekozen voor inzet basis ggz in plaats van specialistische ggz. Hiervoor is afstemming vereist met externe verwijzers, met name huisartsen. | |||||
Maatschappelijk effect | Mogelijk roept deze maatregel weerstand op bij inwoners die gedurende een langere periode meer uren en dagdelen ondersteuning hebben gekregen en bij een herbeoordeling minder geïndiceerd krijgen. Weerstand kan worden beperkt door vanaf de eerste contacten met de inwoner de verwachtingen ten aanzien van de inzet van voorzieningen te relativeren waarbij wij als uitgangspunt hanteren “we komen totdat we kunnen gaan”. De inzet van voorzieningen en met nadruk de inzet van zwaardere vormen van ondersteuning is in principe eindig. De tijdelijkheid van de ondersteuning is de basis van de zorg en ondersteuning waarvoor gemeenten verantwoordelijk zijn. Anders is er sprake van zorg en ondersteuning in het kader van de Wet langdurige zorg. Ook hier geldt een risico van toename van het aantal bezwaarschriften. | |||||
5 | Structureel bedrag voor onderzoek alternatieven vervoer (als maatwerkvoorziening) vrij laten vallen | 0,1 | 0,1 | 0,1 | 0,1 | |
Beoogd resultaat | Realiseren van een besparing door niet aangewende middelen te laten vrijvallen. De middelen waren specifiek bedoeld voor onderzoek naar alternatieven voor maatwerkvervoer. Deze alternatieven zijn echter al gerealiseerd (onder andere vervoer door vrijwilligers via Steunpunt Mantelzorg Almelo en verbeteren toegankelijkheid openbaar vervoer). | |||||
Maatschappelijk effect | Geen; middelen worden nu ook niet ingezet. | |||||
6 | Structureel bedrag peuteropvang vrij laten vallen | 0,2 | 0,2 | 0,2 | 0,2 | |
Beoogd resultaat | Realiseren van een besparing door niet aangewende middelen te laten vrijvallen. | |||||
Maatschappelijk effect | Geen; de hier bedoelde peuteropvang wordt gefinancierd uit de middelen voor onderwijsachterstandenbeleid. |
Bedragen x 1 miljoen euro
Met de zes genoemde maatregelen kan in 2025 een besparing worden gerealiseerd van 1,3 miljoen euro. Dit loopt op tot 5,6 miljoen euro in 2028. Ervaringen uit het verleden hebben ons geleerd dat daar waar het uitwerken en voorbereiden van (besparings)maatregelen over het algemeen goed lukt, het realiseren van deze besparingen in de praktijk vervolgens vaak weerbarstiger is. Dat risico is ook bij bovengenoemde maatregelen aanwezig. Om dit risico te beheersen wordt gewerkt met een gestructureerde aanpak (om de PDCA cyclus goed te doorlopen), waarbij de indicatoren om het effect van de maatregel te meten vooraf worden gedefinieerd en zowel de beginsituatie als de gewenste eindsituatie in beeld worden gebracht en worden de maatregelen gemonitord op het beoogde resultaat. Door de monitoring kan flexibel ingespeeld worden op veranderende omstandigheden.
Naast deze maatregelen, die hun (eerste) financieel effect sorteren in 2025, zijn hieronder besparingsmogelijkheden opgenomen die vanaf 2026 of later financieel effect hebben.
Tabel maatregelen met financieel effect in 2026 en verder
Maatregel | Financieel effect | |||||
---|---|---|---|---|---|---|
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | |||
7 | Inzetten poortwachtersfunctie dyslexiezorg; maximaal 2 keer inzetten dyslexiezorg | 0,1 | 0,1 | 0,1 | ||
Beoogd resultaat | Beperken beroep op dyslexiezorg met 5% (valt onder voorziening behandeling) | |||||
Maatschappelijk effect | Voor een beperkt aantal jeugdigen zal indicatie niet worden verlengd of zal geen indicatie meer worden afgegeven. Mogelijk leidt dit op de lange termijn tot meer inwoners die moeite hebben met lezen en schrijven (en daarmee kansenongelijkheid). Vraag is of de inzet van dyslexiezorg na twee keer verlengen nog wel effectief is. | |||||
8 | Onderwijs versterken met begeleiding hoogbegaafdheid en huiswerkbegeleiding | 0,1 | 0,1 | 0,1 | ||
Beoogd resultaat | Beperken beroep op OZL 1 (individuele begeleiding Jeugdwet) met 10%. | |||||
Maatschappelijk effect | Geen negatieve effecten verwacht: begeleiding hoogbegaafdheid en huiswerkbegeleiding vinden plaats binnen de scholen met middelen onderwijsachterstandenbeleid. | |||||
9 | Beperken maatwerkcontracten | 0,1 | 0,2 | 0,2 | ||
Beoogd resultaat | Beperken van “dure” contracten die in een hiaat in het zorglandschap (huidig gecontracteerd aanbod van voorzieningen) voorzien omdat gecontracteerde aanbieders de gevraagde zorg niet kunnen of willen leveren. Het aantal maatwerkcontracten daalt met 10 tot 15. | |||||
Maatschappelijk effect | Het beperken van maatwerkcontracten kan betekenen dat een inwoner zorg en ondersteuning door een andere, via de nieuwe inkoop gecontracteerde, aanbieder gaat krijgen. Bij de inkoop per 1 januari 2025 zijn de productdefinities op enkele punten gewijzigd waardoor een deel van de voorzieningen die nu via een maatwerkcontract wordt geleverd door gecontracteerde aanbieders geleverd kan en zal worden. | |||||
10 | Thuisbegeleiding zelf uitvoeren, meer specifiek worden de lichtste vormen van ondersteuning opgepakt vanuit de wijkteams en wordt de begeleiding van gezinnen door gezinscoaches uitgebreid | 0 | 0,3 | 0,6 | ||
Beoogd resultaat | Verder beperken beroep op OZL 1 (individuele begeleiding Wmo) en beperken OZL 1 en 2 (individuele begeleiding Jw) met 10%. | |||||
Maatschappelijk effect | Minder ondersteuning wordt geleverd door gecontracteerde aanbieders omdat het aantal indicaties wordt beperkt. Inwoners zullen vaker kortdurend ondersteund worden vanuit de wijkteams in plaats van zorgaanbieders. Dit is overigens een beweging die naadloos aansluit bij de Hervormingsagenda jeugd. | |||||
11 | Geen indicatie Wmo of Jw indien recht op Wlz of andere voorliggende voorziening en eerder verwijzen naar Wlz of andere voorliggende voorziening | n.n.b. | n.n.b. | n.n.b. | ||
Beoogd resultaat | Beperken beroep op voorzieningen Wmo en Jw. | |||||
Maatschappelijk effect | Geen: voor voorzieningen kan immers een beroep worden gedaan op de Wlz of andere voorliggende voorziening. | |||||
12 | Kansen in werk, meer specifiek het eerder toeleiden van statushouders naar werk en vaker inzetten op trajecten naar werk in plaats van zorgtrajecten | 0,3 | 0,3 | 0,3 | ||
Beoogd resultaat | Beperken beroep op de Participatiewet en verlagen uitkeringslast per inwoner met een uitkering op grond van de Participatiewet. Bij de besparing is rekening gehouden met ongeveer 20 inwoners die via deze maatregel eerder onafhankelijk van een uitkering worden. | |||||
Maatschappelijk effect | Mogelijk positief effect (vergroten welzijn) op inwoners die anders langer aangewezen zouden zijn op een uitkering op grond van de Participatiewet. | |||||
13 | Actief sturen op beëindigen jeugdhulp bij bereiken van leeftijd van 18 jaar waaronder het opstellen van een toekomstplan voor 16- en 17-jarigen | n.n.b. | n.n.b. | n.n.b. | ||
Beoogd resultaat | Beperken beroep op verlengde jeugdzorg (met uitzondering van pleegzorg en gezinshuizen). | |||||
Maatschappelijk effect | Mogelijk worden hierdoor hulpverleningstrajecten afgesloten die nog niet zijn afgerond, stromen meer jongeren bij het bereiken van de leeftijd van 18 jaar door naar de Wmo of raakt een jeugdige aangewezen op de hulp van een andere hulpverlener omdat de zorgverzekeraar geen contract heeft met de hulpverlener die in het kader van de Jw hulp en ondersteuning leverde. | |||||
14 | Meer grip op externe verwijzers | n.n.b. | n.n.b. | n.n.b. | ||
Beoogd resultaat | Beperken beroep op voorziening behandeling (Jw). | |||||
Maatschappelijk effect | Meer grip kan betekenen dat jeugdigen via de huisarts eerder worden doorverwezen naar de poh-jeugd of wijkteams waardoor de aanmelding voor en de start van een behandeling wordt uitgesteld. Door meer te verwijzen naar wijkteams en poh-jeugd kan de druk op huisartsen verminderen. | |||||
15 | Inzet specialistische ondersteuner jeugdgezondheidszorg in de toegang | 0 | 0,5 | 1,0 | ||
Beoogd resultaat | Beperken beroep op voorziening behandeling (Jw). | |||||
Maatschappelijk effect | Jeugdigen kunnen met de inzet van een specialistisch ondersteuner eerder worden geholpen bij lichte(re) problematiek. Risico is dat door inzet van een specialistisch ondersteuner noodzakelijke specialistische hulp uitgesteld wordt. Adequaat inzetten van het instrument “verklarende analyse” in de uitvoering is hierbij cruciaal. | |||||
16 | Deventer model: Streng aan de poort | p.m | p.m | p.m | ||
Beoogd resultaat | Beperken inzet van voorzieningen Wmo en Jw | |||||
Maatschappelijk effect | Het beperken van de inzet van voorzieningen door het realiseren van algemene voorzieningen wordt met andere maatregelen ook al gerealiseerd. De meerwaarde van de aanpak in Deventer in relatie tot deze maatregelen zal opnieuw worden beoordeeld. | |||||
17 | Alternatief voor collectieve zorgverzekering | 0,2 | 0,2 | 0,2 | ||
Beoogd resultaat | Uitwerken alternatief voor collectieve zorgverzekering waaronder beperken doelgroep of versoberen door het verhogen van de eigen bijdrage of beperken verstrekkingenpakket. | |||||
Maatschappelijk effect | Afname gebruik van collectieve zorgverzekering kan leiden tot het mijden van zorg door inwoners als gevolg van een laag inkomen. Hogere kosten voor inwoners leidt mogelijk tot toename armoede- en schuldenproblematiek. | |||||
18 | Hulpmiddelen en vervoersvoorzieningen | 0,5 | 0,5 | 0,5 | ||
Beoogd resultaat | Met een combinatie van maatregelen beperken beroep op vervoersvoorzieningen en hulpmiddelen door inzet scootmobielpool, meer hulpmiddelen algemeen gebruikelijk verklaren, maximaal één vervoersvoorziening per inwoner, onderzoek naar invoeren systeem van refertebedragen voor vervoer- en hulpmiddelen (waarbij wordt uitgegaan van het vergoeden van het bedrag van het goedkoopste basismodel van een middel) en inzet zorgtechnologie voor vervoer (met hulp gebruik maken van openbaar vervoer). | |||||
Maatschappelijk effect | Inwoners schaffen zelf hulpmiddelen aan die algemeen gebruikelijk zijn (denk aan bijvoorbeeld een douchestoel). Risico dat inwoners afzien van de aanschaf van een hulpmiddel met als gevolg een toename van valpartijen of door beperkingen te stellen aan het verkrijgen van vervoersvoorzieningen minder zelfredzaam worden of vereenzamen. | |||||
19 | Indiceren door wijkverpleegkundigen | 0,1 | 0,1 | 0,1 | ||
Beoogd resultaat | Wijkverpleegkundigen en casemanagers dementie mogen ook Wmo voorzieningen indiceren, conform regionaal project “Samen indiceren” van de Twentse Koers. | |||||
Maatschappelijk effect | Positief effect omdat de indicatie voor Wmo voorzieningen wordt gesteld door een professional die al bekend is met de situatie en de beperkingen van de inwoner. De maatregel ontlast daarbij onze medewerkers in de uitvoering. |
Bedragen x 1 miljoen euro
Toelichting tabel
p.m. maatregel leidt vermoedelijk niet tot een besparing omdat met andere maatregelen dit financiële effect wordt bereikt, maar nader onderzoek is nodig om dit met zekerheid te kunnen vaststellen
n.n.b. de maatregel leidt met een grote mate van waarschijnlijkheid tot een besparing maar het effect kan nog niet berekend worden aan de hand van afname volume of intensiteit (is nog niet bekend). Het betreft besparingen waarbij we afhankelijk zijn van externe partijen (met name huisartsen en jeugdhulpaanbieders). Voor deze maatregelen gaan we uit van een besparing van 100.000 tot 250.000 euro per maatregel. Dit betekent dus een aanvullend besparingspotentieel van 300.000 tot 750.000 euro vanaf 2026 bovenop de in de tabel genoemde bedragen.
Zoals blijkt uit bovenstaande tabel met maatregelen die vanaf 2026 en verder effect sorteren, wordt met de beschreven maatregelen een besparing gerealiseerd van 1,4 miljoen euro in 2026, oplopend tot 3,1 miljoen euro in 2028.
Totaaloverzicht
Voor de volledigheid zijn in onderstaande tabel de bedragen opgeteld van de maatregelen die in de verschillende jaren hun eerste financieel effect sorteren. Logischerwijs sluiten de totalen aan bij de in de Perspectiefnota en deze Programmabegroting opgenomen besparingsmogelijkheden in het sociaal domein: een besparing van 1,3 miljoen euro in 2025 oplopend tot 8,7 miljoen euro in 2028.
Maatregelen | Bedrag besparing | |||
---|---|---|---|---|
2025 | 2026 | 2027 | 2028 | |
Subtotaal maatregelen met effect vanaf 2025 | 1,3 | 4,1 | 5,6 | 5,6 |
Subtotaal maatregelen met effect vanaf 2026 e.v. | 1,4 | 2,3 | 3,1 | |
Totaal maatregelen | 1,3 | 5,5 | 7,9 | 8,7 |
Bedragen x 1 miljoen euro
Verantwoording uitgangspunten financieel effect
Van een aantal beschreven maatregelen weten we dat deze een besparing gaat opleveren die relatief gering is. De besparing die met deze maatregelen wordt gerealiseerd, is geschat op 0,1 miljoen euro per maatregel. Voor een aantal maatregelen die ingrijpen op het gebruik van de maatwerkvoorzieningen OZL (individuele begeleiding Jeugdwet en Wmo) en behandeling (Jeugdwet) weten we dat de combinatie van de te nemen maatregelen een forse besparing gaat opleveren, maar dat het financieel effect van een individuele maatregel soms sterk afhankelijk is van het resultaat van een andere maatregel. Dit geldt bijvoorbeeld voor het realiseren van een algemene voorziening voor individuele begeleiding. Hoe meer gebruik wordt gemaakt van deze algemene voorziening, hoe minder er gebruik wordt gemaakt van de maatwerkvoorziening individuele begeleiding en daarmee de mogelijkheid om met andere maatregelen te besparen op de maatwerkvoorziening. Hoe maatregelen exact op elkaar ingrijpen, en wat voor financieel effect dit heeft is daarom vooraf lastig te beoordelen
Met de combinatie van maatregelen gaan wij er van uit dat vanaf 2028 in totaal een besparing wordt gerealiseerd van 6 miljoen euro (circa 30% van de uitgaven in 2024) op de uitgaven voor OZL (individuele begeleiding Jw en Wmo). Het bedrag dat bespaard kan worden is gebaseerd op onze ervaringen met het realiseren van de algemene voorzieningen wijkkamers, dagstructurering en de Wasdienst. Bij het omzetten van de maatwerkvoorzieningen naar deze algemene voorzieningen hebben we gezien dat het gebruik van de algemene voorziening lager (door het niet gebruiken van de voorziening of het minder gebruiken van de voorziening) is dan voorheen binnen de maatwerkvoorziening. Ook zijn de kosten van de algemene voorziening lager. Van de in totaal zo’n 1.900 volwassenen en jeugdigen die gebruik maken van individuele begeleiding schatten we in dat op de langere termijn zo’n 60% tot 80% gebruik kan maken van de algemene voorziening. Met name inwoners met complexe(re) problematiek en forse mobiliteitsbeperkingen zullen aangewezen blijven op een maatwerkvoorziening. Deze groep inwoners is vaker aangewezen op meer intensievere en een zwaardere vorm van ondersteuning. De uitgaven voor begeleiding zijn dan ook vaak hoger. We schatten de uitgaven voor deze groep op circa 70% van de huidige uitgaven.
Met de combinatie van maatregelen 4, 7 en 15 verwachten wij een besparing te realiseren van 1,1 miljoen euro (ongeveer 15% van het totaal van de uitgaven) op de voorziening behandeling. Door meer gebruik te maken van de basis ggz (in plaats van specialistische ggz), lichtere problematiek sneller zelf op te pakken vanuit de toegang (poh-jeugd en specialistische ondersteuner jeugd) en de dyslexiezorg te beperken, gaan we er van uit dat we de uitgaven vanaf 2028 met 15% kunnen verminderen.
Monitoring en sturing (sturen op beoogd resultaat op basis van indicatoren)
In het kader van het verbeteren van de bedrijfsvoering en bedrijfsprocessen werken we aan het verbeteren van de kwaliteit van de sturingsinformatie. Deze informatie is nodig om de ontwikkelingen te volgen en verantwoording af te leggen. De effecten van de maatregelen gaan we nauwgezet volgen, zodat indien nodig tijdig kan worden (bij)gestuurd. De effecten van de maatregelen volgen we aan de hand van verschillende indicatoren. Deze indicatoren zijn per voorziening waarop de maatregel betrekking heeft, onder andere:
- Aantal gebruikers van de voorziening (zowel de maatwerkvoorziening als de algemene voorziening)
- Gemiddeld gebruik (in aantal uren/dagdelen per week) van een voorziening
- Gemiddelde duur van het gebruik van een voorziening
- Uitgaven per voorziening
- Aantal inwoners dat geen gebruik maakt van algemene voorziening
Aanvullende maatregelen
Organisatie
In de Perspectiefnota 2025-2028 is een besparing op de organisatie opgenomen van per saldo 1,5 miljoen euro. Deze opgave start met een bedrag in 2026 van 500.000 euro, in de jaren 2027 en 2028 komt daar telkens een zelfde bedrag bij. In de paragraaf bedrijfsvoering wordt toegelicht hoe deze besparing gerealiseerd gaat worden.
Overig bij de begroting uit te werken besparingsmaatregelen
Bij de Perspectiefnota 2025-2028 is een bij de begroting 2025 nader uit te werken besparingsbedrag opgenomen van 1,93 miljoen euro. Hiervan is 0,6 miljoen euro ingevuld door structurele autonome en bestaande beleidsontwikkelingen welke in het geactualiseerde FMP 2025-2028 zijn verwerkt. Hierdoor resteert een besparingsbedrag van 1,33 miljoen euro. Welke als volgt wordt ingevuld:
Nr | Invulling aanvullende besparingsmaatregelen | Bedrag |
---|---|---|
1 | Heroverweging Indexatie subsidiebudgetten | 0,20 |
2 | Overhevelen SPUK’s naar gemeentefonds | n.b. |
3 | Temporiseren van geplande investeringen | 0,45 |
4 | Herijken van budgetten | 0,68 |
Invulling taakstelling | 1,33 | |
Bedragen x 1 miljoen euro |
1. Heroverweging indexatie subsidiebudgetten
Jaarlijks wordt bij de perspectiefnota of begroting beoordeeld of het financieel mogelijk is om de subsidieindex te baseren op combinatie van een prijs- en loonindex. Bij de perspectiefnota 2025-2028 is besloten om de indexatie van subsidies richting de Begroting 2025 te herijken. Indien de gebruikelijke gecombineerde 1/3 prijs- en 2/3 loonindex wordt gehanteerd, is de subsidieindex voor 2025:
Subsidie index | 2025 |
---|---|
Prijsindex | 2,20% |
Loonindex | 4,40% |
Gecombineerd | 3,70% |
De totale kosten voor de subsidiebudgetten waarop deze index van 3,7% van toepassing zou zijn bedragen 0,5 miljoen euro. Ook de activiteiten welke gesubsidieerd worden, zijn aan kostenstijgingen onderhevig. Anderzijds wordt de gemeente geconfronteerd met een forse besparingsopgave. De raad wordt daarom voorgesteld om voor 2025 de subsidiebudgetten alleen te indexeren op basis van de prijsindex van 2,2%. Dit levert een besparing van 0,2 miljoen euro op.
2. Overhevelen SPUK's naar gemeentefonds
Het Rijk heeft na de Perspectiefnota 2025-2028 geen nadere informatie gegeven over welke SPUK's, voor welk bedrag en wanneer worden overgeheveld naar het gemeentefonds.
3. Temporiseren van geplande investeringen
Jaarlijks wordt bij de begroting beoordeeld welk investeringsvolume in latere jaren dan oorspronkelijk gepland, gereed komt. Dit betekent dat voor deze investeringen er in 2025 geen of lagere kapitaallasten zijn. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld de bouw van het zwembad. In de mutatie van het FMP 2025-2028 is voor de jaarschijf 2025 een daling van de kapitaallast opgenomen van 2,04 miljoen euro. In het kader van aanvullende besparingen is er vervolgens nog eens kritisch gekeken naar de mogelijkheid om kredieten te “saneren” en om openstaande kredieten af te sluiten, waarbij geen afbreuk wordt gedaan aan de doelstellingen waarvoor de kredieten destijds zijn ingesteld. Deze actie levert een aanvullende vrijval van kapitaallast op in 2025 van 0,45 miljoen euro.
4. Herijken van budgetten
In het verleden is al veel gedaan om de werkbudgetten af te slanken. Daarnaast zijn de werkbudgetten in het kader van offensief begroten bij de Perspectiefnota 2024-2027 nogmaals kritisch beoordeeld. Daardoor hebben wij ons bij het herijken van de budgetten voor de begroting 2025 met name gericht op de stelposten voor reserveringen. Deze analyse heeft geresulteerd in een vrij te vallen bedrag van 0,68 miljoen euro. Hiervan heeft 0,45 miljoen euro betrekking op stelposten met een “financiële buffer” functie. Deze budgetten kunnen in het kader van offensief begroten vrijvallen. Het resterende bedrag van 0,23 miljoen euro heeft betrekking op diverse kleine budgetten die vanuit het gemeentefonds in het verleden zijn gereserveerd, maar waarvan een deel niet is ingezet. Dit wordt meestal veroorzaakt doordat voor deze activiteiten (of een deel daarvan) al in de reguliere begroting budgetten beschikbaar waren.